Heleen Wagemans
dichter singer-songwriter 


Tante Wie uit de Westerstraat  


Tante Wie uit de Westerstraat schrijft gedichten en smartlappen in het Mokums. Met lede ogen ziet zij toe hoe de echte volkswijken in haar mooie stad verdwijnen. Met een knipoog hekelt ze de "verjupping", het toeristen-geteisem en de peperdure appartementjes in de Jordaan. Haar smartlap "Peperdure appartementjes" is opgenomen in cafe de Drie Zwaantjes. 

Gedichten van tante Wie: 

  • Karel de zuurjood 
  • Schijtammetotus (effe hier naar beneeje skrolle)
  • Stoffel 
  • Wat? 
  • Skijp o.a.  

                          Foto: Uitmarkt Sneek, Hendrik van der Veen 


Schijtammetotus

Henk laat steeds een koekie uit ze trommeltje vallen...

“Hee man,” zegge ze, “hou toch je fatsoen!” 

Iedereen wordt er Gallisch van 

maar Henkie ken der niks an doen. 

Of ie nou kuiert over de wallen 

of gaat zitte op ze togus, 

hij hep nou eenmaal ontiegelijk veel last van de schijt-amme-totus. 

Henk weet niet waar ie het van hep gekrege 

maar daar hep ie zich bij neergelege.

Hij ken het kontboeren niet meer late

en de mensen motte toch wat hebbe om over te prate. 

Henk denkt: “zolang ik me poeplappie hep en me drijfhuissie 

op de gracht, 

is het toch Henkie die het laatste lacht.” 


Toelichting voor de niet Mokumers: 

Koekkie uit trommeltje laten vallen= scheet laten 

Ergens Gallisch van worden= onpasselijk worden 

Togus=kont

Kontboeren=scheten laten 

Poeplappie=salaris/loonzakje 

Drijfhuissie=woonbootje 


songtekst Peperdure appartementjes 

Tante Wie uit de Westerstraat 

Me buurvrouw is kassie wijlen gegaan 

en toen heb der huis in de verkoop gestaan. 

Zo’n miesjgasser in een apepakkie

kocht meteen het hele prakkie. 

Ik had geen tijd om te rouwen.

Hij ging de tent meteen verbouwen.

Der kwam een kookeiland, van roestvrij staal

en de muren zijn glad en kaal. 

Er staan meubels in van grijs en wit, 

van dat kale neten design, 

waar geen gezelligheid an zit. 


Het is gedaan met de Jordaan. 

De juppen komen der aan.

Ze kopen onze straten op 

want ze hebben te veel centjes. 

Ik herken me eigen buurt niet meer 

en dat doet mijn hart zo’n zeer. 

Wat een achenebbisj bouw 

die peperdure appartementjes. 


Ik verlang zo terug naar de kanten gordijntjes,

de vensterbanken met de tierelantijntjes 

en balkonnetjes met een wassie an de lijn. 

Ze zullen wel niet goed goochem zijn 

dat ze de buurt zo vernaggelen 

Het is niet meer te hachelen. 

Ik kan nerges meer praten in me eigen taal

Dat engels lullen, is toch abnormaal 

Nou echt, ze kennen me nog meer vertellen 

Al die rottige juppenburen 

met hun afzichtelijke lamellen. 


En dan zeggen ze meid,

Je mot meegaan met je tijd

maar me mooie Mokum raakt  

al zijn volksbuurten kwijt. 


Me buren boven en me buren onder  

Wat een eigenheimers, het is zo bijzonder 

Er gaan weken voorbij dat je ze niet ziet 

en als ze der wel zijn 

dan groeten ze je niet. 

Het mag dan wel heel lullig klinken 

maar ik denk dat ik ze maar ga verlinken. 

Want ze verhuren ook allemaal 

Hun mooie appartementjes illegaal. 

Ik wil geen buren uit Londen of Japan 

Want al dat toeristen-geteisem...

wat hebben we daar nou an? 


Het is gedaan met de Jordaan.

De juppen komen der aan.

Ze kopen alle straten op 

want ze hebben te veel centjes.

Ik herken me eigen buurt niet meer 

en dat doet mijn hart zo’n zeer. 

Wat een achenebbisj bouw, 

die peperdure appartementjes

die peperdure appartementjes