DE OCHTENDPOEET
Heleen Wagemans   

 


Stil op 4 mei 

Schreeuw maar roep van de daken

In een vrij land mag je staken 

laten ze je de mond niet snoeren

en mag je discussie voeren 

De dialoog om van te leren 

anderen te respecteren

en meningen te uiten 

zonder mensen uit te sluiten. 

Maar maak je lawaai 

in de stilte van 4 mei 

dan hoor je er niet bij 

dan trap je op miljoenen zielen

die vielen 

in een zeer verleden 

en het heden van elke dag 

in de veldslag 

waar stemmen verstommen

en stilte geen keuze was 

maar werd afgedwongen. 

Schreeuw dus gerust of gil! 

omdat het mag wanneer jij dat wil 

maar laat ons met zijn allen 

een speld horen vallen 

op de dam, het open hart 

de tolerante stad 

van iedereen 

vogelvrij 

maar stil, heel even stil 

op 4 mei 



 




Kleine theatertjes 

Wat zou het leven zijn

zonder al die kleine theatertjes 

met hun rode stoelen 

en de motten in het gordijn. 


Theatertjes waar de zielen dwalen 

van toneelmeesters 

en goochelaars, alsof ze er nog zijn,

in de krakende coulissen 

van de uitverkochte dagen. 

De muren vertellen de 

verhalen 

die om een reprise vragen. 


Al die kleine theatertjes, 

waar talenten zijn ontdekt, 

waar artiesten zijn grootgebracht 

en het variété zegevierde 

van matinee met daverend applaus 

tot dansen diep in de nacht. 


Kleine theatertjes, 

zo lang gekoesterd door het hooggeëerd publiek. 

Dansende veren, eenakters, popmuziek.


Theatertjes van de diva’s, de kleinkunst en de koorballen.

Koop een voor altijd kaartje. 

Laat hun doek niet vallen. 

De Ochtendpoëet 




Het Heiligeweg-bad

Aan de Heiligeweg midden in de stad

was een zwembad, 

een stukje Amsterdam dat voorgoed verdween 

elke week ging ik er heen. 

Een winkelpassage werd gerealiseerd

waar ik de schoolslag heb geleerd 

voor het eerst met zonder bandjes 

en met ouwe wijven handjes 

Midden in de stad

met mijn haren nog nat 

het bad eindelijk uit gefloten 

naar de winkel met die heerlijke noten

aan het eind van de straat, op de hoek

Ik ruik het nog maar de rest is zoek 

Een zakkie suikerpinda’s, vers gebrand 

we waren er vaste klant. 

De grote toegangspoort, 

het enige dat er nu nog is

herinnerde aan de vroegere gevangenis 

midden in de stad 

voor wie wat op zijn kerfstok had 

Ik kreeg er nooit straf 

en zwom in een keer af. 

De kleedkamer ooit een cel met een hek 

mijn handdoek aan het rek. 

Het verleden echode op de dikke wanden 

Watertrappelen zonder handen 

mijn eerste echte duik 

drijven op mijn buik 

midden in de stad 

in het Heilige....weg zwembad






Mokum wacht

Ze kan haar pleinen eindelijk luchten. 

Ze heeft haar straatjes schoongeveegd. 

Weg is de rommel en al het glas.  

Haar grachten zijn geleegd. 

Het trottoir staat in de was. 


De wind er lekker door 

van het Centraal tot aan de Oosterpoort. 

Ze heeft eindelijk alle ruimte, 

ze wordt eens niet gestoord. 


Moeder Mokum is spik en span 

maar echt genieten, doet ze er niet van. 

Ze mist de vieze voetjes 

en de handjes op de ruiten. 

De plakkerige snoetjes....

Het is te stil in al haar buiten. 


Ze mist haar herrieschoppers,

de zwervers en zelfs de brallende vrijgezellen. 

Ze mag dan wel heel schoon zijn 

maar wie is ze zonder de toeters en de bellen? 


Ze legt de loper vast maar klaar 

en vult haar boezem op. 

Ze lacht zacht 

en wacht, 

lonkend naar de dag 

dat ze weer helemaal open mag.